Grondstoffenakkoord

De BFBN heeft als een van bijna 200 partijen op 24 januari het Nationaal Grondstoffenakkoord getekend. Dit akkoord moet helpen de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair te laten zijn.  Afval bestaat dan niet meer, van restproducten worden nieuwe grondstoffen gemaakt. 

Het ministerie van IenM heeft samen met EZ, BZ en BZK bedrijven, vakbonden, milieuorganisaties, kennis- en financiële instellingen bijeen gebracht om in 2050 een volledig circulaire economie te creëren. Daarvoor zijn veel technische en sociale innovaties nodig. ‘De kunst is om partijen te verenigen achter een gemeenschappelijk aanlokkelijk perspectief’, zo stelt Arnoud Passenier (IenM), projectleider Grondstoffenakkoord. ‘Circulaire Economie gaat niet alleen om het bestrijden van de wegwerpcultuur, het voorkomen van afval in het milieu. Het gaat ook om kostenbesparingen en de zorg bij bedrijven voor de voorzieningszekerheid van hun grondstoffen.’

40 partijen in 4 maanden
Het is mooi om te zien hoe enthousiast partijen waren, aldus Saskia Ras (IenM), die samen met Arnoud, Jetty Kolff (IenM), Jelle Wijnstok en Matthéüs van de Pol (beiden EZ) het projectteam vormde. We hebben bijna 40 partijen gesproken in vier maanden tijd. Ook hebben we gebruik gemaakt van de diverse netwerken van collega’s, rond de thema’s waar we toch al mee bezig waren: van voedsel en biomassa en kunststoffen tot consumptiegoederen, de bouw en de maakindustrie.

Minder uitstoot
In het Nationale Grondstoffenakkoord staan afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Door bijvoorbeeld nog meer bestaand plastic te recyclen en te gebruiken voor nieuwe producten en verpakkingen, is minder olie nodig als grondstof voor nieuw plastic. Omdat voor hergebruik minder energie nodig is dan bij het verwerken van nieuwe grondstoffen, is er minder CO2-uitstoot. Het akkoord is dus goed voor milieu en klimaat.

Ook goed voor de economie
Staatssecretaris Dijksma: ‘We moeten af van de wegwerpcultuur en anders denken over grondstoffen en afval. Al bij het ontwerp van producten moet bedacht worden hoe de grondstoffen weer opnieuw kunnen gebruiken. Dit akkoord is een grote stap voorwaarts richting een circulaire economie.’

Minister Kamp denkt dat het Grondstoffenakkoord ook gunstig is voor de Nederlandse economie, door kostenbesparingen en het ontstaan van een nieuwe maakindustrie: ‘Een circulaire economie levert ook inkomsten en banen op. Onderzoek laat zien dat tot 2023 de circulaire economie in Nederland goed is voor een marktwaarde van 7,3 miljard euro per jaar en 54.000 banen. Kansen dus te over voor ons bedrijfsleven, bijvoorbeeld door de mogelijkheden van 3D printing of door het vergroenen van de chemie.’

Transitie
In de transitie van een circulaire economie spelen een groot aantal partijen een rol: bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Het Grondstoffenakkoord markeert het startpunt aan de slag te gaan. Op basis van dit akkoord, een intentieovereenkomst, worden vijf transitieagenda’s gemaakt (biomassa en voedsel; kunststoffen; maakindustrie; bouw; consumptie) die de komende vijf jaar gezamenlijk worden uitgevoerd. Hier vind je een overzicht van alle ondertekenaars.

De volgende productsectoren vallen onder de BFBN

AB-FAB
AGRAB
BB&S
BEST
VPB